Dichter onder de Boom

Nieuw op Wonderfeel: poëzie! ‘We hebben het tegenwoordig zo druk dat de dagen omvliegen. Bij nieuwe indrukken, zoals op een eerste vakantiedag, merk je plots dat de tijd eindeloos traag verstrijkt. Poëzie kan je een nieuwe blik op de wereld tonen, en daardoor een vergelijkbaar vakantiegevoel en bijbehorende tijdsbeleving bezorgen.’ Dit schrijft dichter en columnist Ellen Deckwitz in nrc.next (2015) en dat is precies wat we willen met deze serie Dichter onder de Boom. De tijd vertragen. Of in andere woorden: het alledaagse bijzonder maken. ‘(...) net zoals in de poëzie van Rodaan Al Galidi: ‘He regen, / waarom val je hier? / Ben je blind, egoïstisch, ben je gek? / Waarom open je hier paraplu’s / als je daar bloemen kan openen?’ Opeens sta je stil bij regendruppels en haar effecten, en je voelt de tijd afremmen.’ Elke dag dragen dichters voor uit eigen werk. Zet een koptelefoon op en kom van die trage tijd genieten, onder de boom.

 
Kijk voor dagen en tijden in het blokkenschema bij Dichter onder de Boom.

Simone Atangana Bekono

“Ik ben een gedachte-experiment van de blanke, westerse man.” Met die zin is de toon gezet van de poëzie van Simone Atangana Bekono (1991). Maar haar optreden is minder gespierd dan dit citaat doet vermoeden. Ze benoemt, in haar eerste bundel Hoe de eerste vonken zichtbaar waren, vanuit een innerlijke noodzaak, niet uit activisme. Ze onderzoekt, leeft zich in en reflecteert. En nodigt de lezer en luisteraar uit tot saamhorigheid. 

Mustafa Kör

In zijn muzikale dichtbundel Ben jij liefde (2016) bezingt hij uitbundig het leven in al zijn verschijningsvormen. Een ras-optimist dus? Het kan verkeren, want de Turkse Vlaming Mustafa Kör (1976) brak twintig jaar geleden zijn rug en zit sindsdien in een rolstoel. De taal was zijn redding. 'Kör danst en jongleert met de taal, zet haar naar zijn hand, laat haar sprankelen en fonkelen.' (de Poëziekrant) 

Voor Simon Mulder (1986), docent Oude Talen en promovendus in de historische taalkunde, zijn de Klassieken een enorme inspiratiebron. Niet alleen zijn poëzie modelleert hij naar dat voorbeeld, ook bij het voordragen uit eigen (of andermans) werk zijn de Antieken zijn leidraad. Met zijn Stichting Feest der Poëzie organiseert hij avonden met muziek, poëzie en theater. Bijvoorbeeld rond Oscar Wilde – met wie hij overigens een treffende gelijkenis vertoont. 

Haar verzen zijn klassiek en afgemeten, zitten doorgaans strak in het schema en maken subtiel gebruik van rijm. Eva Gerlach (1948), behalve dichter ook vertaler, werd meermalen bekroond en kreeg in 2000 de P.C. Hooftprijs voor haar gehele oeuvre. Haar pseudoniem dankt ze aan de Firma Gerlach, voor al uw verhuizingen. Want een dichter verplaatst ook: ‘Je haalt iets uit de werkelijkheid en plaatst het in een ander verband.’  

Slavist en eminence grise Jean Pierre Rawie (1951) publiceerde al vele alom geprezen dichtbundels, waaronder recent Handschrift. Eens een levensgenieter, met nare gevolgen, leeft hij nu in stolen time. Geen wonder dat dood, lijden en gemis in zijn werk prominent aanwezig zijn. Rawie noemde zijn eigen gedichten ‘wrochtsels’, wat behalve op bescheidenheid ook duidt op toegankelijke verzen. Mét een functie, want: “Een goed gedicht is onschadelijk gemaakte angst.” (NRC)